Op naar de Carrefour: over de verplichte herkomstetikettering

afbeelding van Sake Slootweg

Sake Slootweg

Kok en columnist Slow Food Magazine
I

Is het Nederlandse protest tegen het Franse voorstel voor verplichte herkomstetikettering wel houdbaar? ‘Lokaal’ en ‘van de boer’ zijn meer dan alleen marketingslogans. Consumenten zullen steeds vaker willen weten waar hun melk en vlees nou echt vandaan komen.

Naast brioche, pommes daupinois en bearnaisesaus hebben we vanaf 1 januari 2017 nog iets om Frankrijk dankbaar voor te zijn. Dan begint in Frankrijk een tweejarig experiment met het verplicht vermelden van de herkomst van zuivel en vlees in voedingsmiddelen. Deze maand rij ik naar de dichtstbijzijnde Carrefour in Rijssel om dat met eigen ogen te zien. Ik ben opgetogen. Want hiermee bewijst Frankrijk het Nederlandse voedsel- en zuivellandschap namelijk een grote dienst.

Verzet in Nederland

In Nederland klonk afgelopen jaar bezwaar tegen de invoer van de Franse maatregel vanuit de hoek van de voedselindustrie. Natuurlijk hebben de FNLI en de LTO gelijk als ze zeggen dat zo’n maatregel administratieve rompslomp met zich meebrengt. Maar het verzet van de Nederlandse zuivel- en levensmiddelenindustrie symboliseert voor mij vooral hun gebrek aan verbondenheid met hun producten, de makers en de consumenten die het kopen.

De rol van export

Jarenlang voer de Nederlandse zuivelindustrie wel bij het produceren voor de grote massa en de export naar het buitenland. Verzamel alle melk bij elkaar, maak er babymelkpoeder van en exporteren maar. Als dit de rationele en economische rol is die we zuivel willen geven is het Franse voorstel natuurlijk heel gek. Maar is het niet tijd om zuivel weer meer te zien als een hoogwaardig kwaliteitsproduct dat we in eerste instantie produceren om hier op te eten in plaats van handelswaar voor de wereldmarkt?

Transparantie

"Het Franse voorstel gaat om te mogen weten waar je eten vandaan komt."

Het Franse voorstel gaat om te mogen weten waar je eten vandaan komt. Om in verbinding staan met wat je eet en trots zijn op de boeren uit jouw eigen gemeenschap. Transparantie, niet omdat je wantrouwt, maar juist omdat je waardering hebt voor wat zij doen. Het voorstel gaat over het feit dat emotie en trots onderdeel zijn van hoe we keuzes maken over wat we eten. En waar Frankrijk woord bij daad voegt (en ja, daarmee ook de eigen industrie een boost probeert te geven), meten retailers en producenten in Nederland nog steeds met twee maten. Terwijl de marketeers inspelen op onze behoefte aan lokaal, gezellig en vertrouwd, schrijven lobbyisten van dezelfde voedselproducenten dat het vooral niet de bedoeling is dat consumenten herkomst gaan verbinden aan kwaliteit. Dat baart mij zorgen. Nog even los van dat dit tegenstrijdig overkomt, denk ik dat consumenten juist meer en meer zullen willen weten waar hun eten daadwerkelijk vandaan komt. En dus lijkt het me belangrijk dat de sector hier niet alleen in de reclame maar ook op het etiket in meegaat.

Vooruitkijken

Daarom hoop ik dat het Franse experiment aanleiding is voor FrieslandCampina’s en Unilever’s en andere Nederlandse voedsel- en zuivelproducenten om weer eens goed na te denken over waar ze naartoe willen. Door de financiële crisis bedachten banken dat ze weer gewoon gingen bankieren in plaats van handelen in renteswaps. Hopelijk wordt 2017 het jaar waarin de sector in Nederland zich realiseert dat transparant zijn en daar ook naar handelen niet eng is maar hun toekomst. Voor nu, op naar Rijssel. 

DEEL DIT ARTIKEL VIA:

Vorige en Volgende navigatie