Vijftig tinten groen en zwart-witte koeien

afbeelding van Ellen Colpa

Ellen Colpa

Melkveehouder in Frankrijk
I

In mijn vorig leven, toen ik nog adviseur duurzaam bouwen was, leek het bestaan eenvoudig en overzichtelijk. Ik had het idee verstandig bezig te zijn: duurzaam advies geven, wanneer het uitkwam kocht ik biologische producten en tijdens vakantie deed ik zoveel mogelijk met de fiets. Heel verantwoord allemaal. Goed voor geest, lichaam en vooral voor het geweten. Ik had echt het idee mijn best te doen voor het milieu. En duurzaam bouwen en biologische landbouw waren vanzelfsprekend even groen. Vervolgens kwam ik in de melkveesector te werken en bleek de ‘milieukwestie’ ineens veel ingewikkelder dan dat deze in de bouwwereld was.

In de ‘dubowereld’ werden levenscyclusanalyses van bouwmaterialen gedaan waarbij de milieu-impact van bouwmateriaal van wieg tot graf werd vastgesteld. De strategie was om onnodig gebruik van materiaal- en energie te voorkomen, zoveel mogelijk gebruik te maken van vernieuwbare bronnen en niet-duurzame bronnen zo efficiënt mogelijk in te zetten.

In de agrarische sector bleek efficiëntie echter opeens een fout woord. Wanneer je in de melkveehouderij efficiënt wilt zijn en bijvoorbeeld met zo min mogelijk koeien zoveel mogelijk melk probeert te produceren, melk je je koeien uit en word je beschouwd als dierenbeul. Wanneer je zoveel mogelijk mais van een hectare probeert te halen door - naast de natuurlijke mest, gericht - kunstmest te strooien en zo min mogelijk herbicide te spuiten, word je door buitenstaanders bijna als vanzelfsprekend uitgemaakt voor milieuvervuiler. Het ‘milieuprobleem’ was in mijn nieuwe sector duidelijk een stuk ingewikkelder.

Biologisch betekent niet automatisch goed

In de biologische landbouw mogen alleen natuurlijke meststoffen en bestrijdingsmiddelen worden toegepast. Want ‘wat biologisch is, is natuurlijk goed’. Echter, natuur is niet alleen fluitende vogeltjes, kleurige bloemen en majestueuze bomen. Natuur is ook een buizerd die zich op een veldmuisje stort, een lieve poes die je elke ochtend een half dood vogeltje kado doet of een kuikentje dat te pletter valt omdat het een dag te vroeg probeerde uit te vliegen. Zo kan ook een biologisch bestrijdingsmiddel giftig zijn (want het doel blijft ook bij biologische landbouw om plagen te bestrijden) en spoelen ook natuurlijke meststoffen uit.

Maar het belangrijkste is wel dat wanneer alleen natuurlijke meststoffen en bestrijdingsmiddelen toegepast mogen worden, de opbrengsten per hectare vaak lager zijn. Per hectare land lijkt de milieubelasting lager te zijn. Wanneer de levenscyclusanalyse van een liter biologische melk echter vergeleken wordt met een liter gangbare melk, blijkt de milieu impact uiteindelijk ongeveer gelijk. Om een liter melk te produceren is bij biologische landbouw namelijk meer land nodig is dan bij een gangbare bedrijfsvoering.

Duurzame intensieve landbouw

Het is erg belangrijk te realiseren dat er bij biologische bedrijfsvoering meer (schaarse) landbouwgrond nodig is om dezelfde hoeveelheid voedsel te produceren. Er is nog steeds honger in de wereld en de verwachting is dat de wereldbevolking in 2050 zal stijgen naar 9 miljard mensen. De vraag is dan ook of met de omschakeling naar volledige biologische landbouw de veiligheid van de voedselvoorziening gewaarborgd kan worden? Natuurlijke beheersing van de bevolkingsgroei door hongersnood, epidemieën of oorlogen lijkt me geen wenselijke oplossing. Beschouwen niet vaak dezelfde milieuactivisten dat biobrandstoffen een misdaad tegen de menselijkheid zijn omdat deze concurreren met voedselgewassen?

"Voor mij geldt de biologische landbouw vooral als stimulans voor de conventionele landbouw om het nog beter te doen."

Bovenstaande betekent niet dat ik me volledig afwend van biologische landbouw. Voor mij geldt de biologische landbouw vooral als stimulans voor de conventionele landbouw om het nog beter te doen. En dan vooral gericht op minder vervuilen, minder gebruik maken van niet-vernieuwbare bronnen en het sluiten van kringlopen. Laten we opzoek gaan naar een duurzame intensieve landbouw waarbij het gaat om het verminderen van de uiteindelijke impact en niet om het verdedigen van vaststaande ideologieën.

Een toekomst zonder hokjes

Wanneer je nu in de snoepdoos van Google gaat zoeken zullen er vast artikelen naar boven komen die mijn voorgestelde aanpak tegenspreken. Maar daar gaat het mij niet om. Want ik denk niet dat deze zwart-wit verhalen en rapportages die onlangs door bijvoorbeeld Radar en Zembla werden uitgezonden, bijdragen aan een constructieve oplossing. Beter is het om de deur voor elkaar open te houden en te zoeken naar betere uitkomsten, zonder bepaalde landbouwmethoden in hokjes van biologisch of conventionele landbouw te stoppen. Maar wie zit er ´s avonds na een vermoeiende werkdag, te wachten op een genuanceerde blog of rapportage over de vijftig tinten groen van duurzame landbouw?

En voor wie zich nu zorgen maakt: mijn ‘groene’ hart klopt nog steeds. Met twee buurbedrijven wordt de haalbaarheid van een mestvergister onderzocht om het nabijgelegen revalidatiecentrum te verwarmen en om de uitstoot van broeikasgassen van onze bedrijven te verminderen. En voor de dierenliefhebbers: ook onze koeien worden zo goed mogelijk verzorgd, zelfs in de weekenden of ’s nachts, als dat nodig is. Niet alleen omdat een ongezonde en ongelukkige koe geen melk geeft maar ook omdat ik in de loop der tijd stiekem toch een beetje van zwart-wit ben gaan houden...

(photo credit: sixtwelve)

DEEL DIT ARTIKEL VIA:

Vorige en Volgende navigatie