Zorg om kalveren

afbeelding van Jos Verstraten

Jos Verstraten

Portefeuillehouder diergezondheid LTO, melkveehouderij LTO
N

Niet al te lang geleden bracht het programma Rambam geëuthanaseerde stierkalfjes onder de aandacht. Wat er met deze kalfjes gebeurt? Volgens Rambam worden ze gedood en belanden zo in ‘het stopcontact’. Het klopt dat reststromen van dode dieren worden gebruikt voor het opwekken van energie. De zaken liggen wel een stuk genuanceerder en je kunt het vanuit meerdere kanten bekijken.

Nieuw leven geeft hoop, wordt gekoesterd en is onschuldig. Of het nu om jonge vogeltjes in een nestkastje, een nest poesjes of guppy’s in de kom gaat, we vinden het allemaal lief of schattig. Het roept emotie op. Nieuw leven is kwetsbaar en heeft zorg nodig. Bij ons mensen gaat daar het gevoel vooral naar uit. De natuur is daarentegen hard. In de vrije natuur claimen juist de sterksten extra voeding. Instinctief gaat de moederzorg daar dan ook het meest naar uit. Zwakke en zieke dieren worden als een risico gezien en daarom als prooi aan hun lot over gelaten. Zij dienen als bron voor voedsel verder in de voedselketen. In de natuur gaat namelijk niets verloren. Circulariteit noemen we dat.

Landbouwhuisdieren

Op een boerderij met landbouwhuisdieren gaat het er heel anders aan toe dan in de natuur. Er is nieuw leven nodig voor het voortbestaan van de boer, niet voor de soort. De geboorte van een kalf zorgt ervoor dat de koe weer een jaar lang melk produceert. Een gedeelte van de vrouwelijke kalfjes wordt later zelf ook koe. Door gericht te fokken proberen boeren koeien te krijgen die duurzaam zijn. Dus veel melk geven, ongeveer elk jaar een kalf, en dat herhalen gedurende een zo lang mogelijke tijd. De melkveehouder geeft een pasgeboren kalf zo snel mogelijk biest van de moederkoe zodat het kalf de nodige antistoffen binnenkrijgt en zo weerstand opbouwt tegen ziektes.

"Maar op een melkveehouderij worden ook zwakke dieren geboren, die het in de vrije natuur niet zouden redden. Wat moet daarmee gebeuren?"

 

Een gedeelte van de vrouwelijke en bijna alle mannelijke kalfjes hebben geen functie voor de melkveehouderij. Zij dienen als voedsel voor de mens verderop in de keten: kalfsvlees. Deze kalveren gaan op een leeftijd van minimaal 2 weken naar een kalverhouder en wegen dan gemiddeld 50kg. Daar worden ze vervolgens vetgemest.

Maar op een melkveehouderij worden ook zwakke dieren geboren, die het in de vrije natuur niet zouden redden. Te vroeg geboren kalveren bijvoorbeeld of tweelingen met een te laag geboortegewicht. Wat moet daarmee gebeuren?

 

Vitaal kalf

De melkveehouderij heeft daarvoor een plan, samen met de kalverhouderij. Dat betekent dat als de melkveehouder met verlengde zorg voor een vitaal kalf zorgt met een gewicht van minimaal 36 kg, de kalverhouder ze opneemt in de mesterij.

Uit het stopcontact

Bij ongeveer 1% van de levend geboren kalveren gaat dit niet lukken. Die zijn daardoor niet geschikt voor de kalverhouderij. 1% Betekent gemiddeld 1 kalf per bedrijf per jaar. Dat zijn er dan toch nog ongeveer 20.000 per jaar. En dan lijkt het ineens best veel. Daarvoor blijven twee mogelijkheden over. De ene is slachten en opeten ook al zit er nauwelijks vlees aan, de andere is euthanaseren. En dan kun je daar wellicht, in de vorm van biomassa, nog groene stroom van maken. Want ook bij mensen groeit de overtuiging dat je circulair moet handelen. Net als in de natuur.

DEEL DIT ARTIKEL VIA:

Vorige en Volgende navigatie